Rechter wijst claim van 175.000 gulden op bibliotheek Curaçao af

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

WILLEMSTAD – De nationale bibliotheek van Curaçao hoeft een advocatenkantoor geen 175.000 gulden te betalen voor de resterende looptijd van een opgezegd adviescontract (retainer). De rechter oordeelde dat de beëindigingsclausule onaanvaardbaar was, omdat er nauwelijks nog werk tegenover stond.


Het vonnis dateert al van 23 februari, maar is pas gisteren openbaar gemaakt. De zaak draait om een retainerovereenkomst tussen Fundashon Biblioteka Nashonal Kòrsou Frank Martinus Arion en de praktijkvennootschap van een advocaat. De bibliotheek betaalde maandelijks 6.250 gulden, exclusief omzetbelasting en kantoorkosten, voor maximaal 28 uur juridische ondersteuning.

In het contract stond dat de overeenkomst automatisch met drie jaar werd verlengd wanneer die niet tijdig werd opgezegd. Bij tussentijdse beëindiging moest de bibliotheek volgens de tekst alle maandelijkse vergoedingen tot het einde van de looptijd blijven betalen.

Nadat in juni 2023 een nieuwe bestuurder bij de bibliotheek aantrad, probeerde deze de afspraken opnieuw te onderhandelen. Toen daarover geen overeenstemming werd bereikt, zegde hij de overeenkomst in april 2024 op. Het advocatenkantoor stuurde vervolgens facturen voor de periode tot en met mei 2026, samen goed voor ruim 175.000 gulden.

De rechter vindt toepassing van die beëindigingsclausule in dit geval onaanvaardbaar. Daarbij weegt mee dat de bibliotheek met overheidssubsidie wordt gefinancierd en dat de regeling zeer nadelig voor de stichting, maar juist bijzonder gunstig voor het advocatenkantoor uitpakte.

Ook had de betrokken advocaat volgens het gerecht een bijzondere vertrouwenspositie. Zij leverde niet alleen juridische bijstand, maar was in twee periodes ook tijdelijk bestuurder van de bibliotheek. Juist daarom had zij de stichting nadrukkelijk moeten waarschuwen voor de vergaande financiële gevolgen van de automatische verlenging en de vertrekvergoeding.

Volgens het vonnis heeft het kantoor bovendien geen overzicht gegeven van de gewerkte uren, hoewel de bibliotheek daar herhaaldelijk om vroeg. De rechter neemt daarom aan dat er in de laatste periode nauwelijks werk werd verricht. Over februari, maart en april 2024 betaalde de bibliotheek nog wel de maandelijkse vergoeding.

Het advocatenkantoor moet de proceskosten van de bibliotheek betalen. Die zijn vastgesteld op 4.000 gulden.

Waarschijnlijk Wildeman Legal

De naam van de advocaat en haar praktijkvennootschap is in het gepubliceerde vonnis weggelakt. Uit openbare gegevens is echter met grote waarschijnlijkheid af te leiden dat het gaat om Wildeman Legal & Mediation van advocaat Didi Wildeman.

In het vonnis worden D.M. Wildeman en D.E. van Voorst genoemd als advocaten van de eisende vennootschap. Beiden zijn verbonden aan Wildeman Legal. Daarnaast werd Didi Wildeman in 2022 publiekelijk genoemd als waarnemend directeur van de nationale bibliotheek, precies in de periode die ook in het vonnis wordt beschreven.

De naam van de eisende partij is in het vonnis geanonimiseerd; de identiteit van het kantoor is daarmee niet formeel bevestigd.


241 keer gelezen

Deel dit artikel: